Subsidie lokale klimaatprojecten - oproep afgesloten

Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, doet een oproep aan gemeenten en lokale verenigingen om projecten op poten te zetten om de klimaatuitdaging aan te pakken.  Er is 12 miljoen euro beschikbaar voor alle geselecteerde projecten samen. Indienen kon tot 15 september 2018.

Timing jurering en uitbetaling

De jurering van de klimaatprojecten zal begin volgend jaar rond zijn.  Bij toekenning van de subsidie wordt een voorschot van 50 % gegeven. Het saldo volgt na gunstige beoordeling van de rapportering na afloop van het project. 

Wie kon er een project indienen?

  • Een gemeente kan alleen een project indienen 
  • Een gemeente kan voor meerdere gemeenten indienen
  • Een intercommunale of provincie kan voor meerdere gemeenten één of meerdere projecten indienen
  • Een politiezone kan een project indienen voor meerdere gemeenten
  • Een OCMW kan voor een gemeente een project indienen. 
  • Een OCMW kan voor andere OCMW’s in naam van meerdere gemeenten een project indienen
  • Regionale landschappen kunnen in naam van gemeenten projecten indienen.
  • Een lokale vereniging (vzw) kan alleen een project indienen 
  • Een lokale verenging (vzw) kan een project voor meerdere verenigingen indienen 
  • Een lokale vereniging (vzw) kan een project indienen waarbij een of meerdere gemeenten betrokken worden.  
  • De feitelijke verenigingen die een vzw hebben opgericht, kunnen vanuit die vzw projecten indienen.
    Ook vzw’s met lokale werking die lid zijn van een grotere vzw kunnen projecten indienen.
     

Er wordt telkens één trekker aangeduid voor het project die het project indient en zorgt voor de coördinatie van het project en de afspraken met de betrokken actoren. Aan deze trekker wordt ook het subsidiebedrag uitbetaald.

Gemeenten moeten actief betrokken partij zijn bij het project. Ze kunnen wel beroep doen op anderen om het project mee uit te voeren maar het blijft een project waar de gemeente zelf ook een actieve rol in opneemt.
 

Enkele voorbeelden wie kan indienen

  • stad X 
  • stad X heeft een ad hoc samenwerking met de stad Y dient hier als trekker een intergemeentelijk project in
  • de intercommunale A dient een intergemeentelijk project in waar de stad X, gemeente W en gemeente Z bij betrokken zijn
  • de intercommunale A dient een intergemeentelijk project in waar de steden Y, X en de gemeente V aan deelnemen
  • stad X doet mee aan een project getrokken door de B waarin naast X ook nog W, Z, V en Y aan participeren
  • het OCMW van gemeente Z kan een project indienen in naam van de gemeente Z. De gemeente op zich kan dan geen project meer indienen, maar wel nog deelnemen aan intergemeentelijke projecten getrokken door bijvoorbeeld de intercommunale A en/of de provincie B.
  • De vzw Q kan in naam van de stad Y een project indienen binnen de oproep voor gemeenten. Y kan dan zelf geen andere project meer indienen, wel nog participeren in intergemeentelijke projecten
  • De vzw Q kan binnen de oproep voor verenigingen een project indienen
  • Bosgroep P dient een project in voor een of meerdere gemeenten.
  • Lokale sportclub dient, los van lidmaatschap van federatie, een project in .
     
Welke projecten kon je indienen?
  • De projecten die voor subsidiëring in aanmerking komen, helpen de lokale en Vlaamse klimaatdoelstellingen realiseren. 
  • Projecten rond elektriciteitsproductie, het verhogen van de efficiënte van het elektriciteitsverbruik of de openbare verlichting komen niet in aanmerking.
  • De projecten moeten ten laatste op 1 januari 2024 afgerond zijn.
  • Thema’s van mogelijke projecten die in aanmerking komen: 
    • Nieuwbouw (verder dan wat wettelijk verplicht is )
    • Renoveren
      • Totaalrenovatie
      • Gedeeltelijke renovatie
    • Alternatieve warmtebronnen
    • Mobiliteit
    • Ruimte (vb. verdichting)
    • Natuur en bos

Voorbeelden van projecten die wel in aanmerking komen

  • Renovatie van een gebouw van de gemeente,  jeugdverening (indien lokaal), sportvereniging ...Totaalrenovatie, isolatie van dak, muur of vloer, beglazing, stookplaatsrenovatie, nieuw ventilatiesysteem, plaatsing thermostaatkranen
  • Collectieve renovatieprojecten voor het renoveren van particuliere woningen, advies, ontzorging, eventueel extra prikkelpremie
  • Oprichting rollend fonds voor renovatie van woningen van kansarme doelgroepen
  • Extra renovatiepremie voor een sociale doelgroep (gekoppeld aan renovatieadvies en energielening voor resterend bedrag)
  • Aanleg van een warmtenet
  • Plaatsing van een biomassaketel voor verwarming, valorisatie lokale biomassa bv resthout landschapsbeheer (kosten voor studie en plaatsing)
  • Groepsaankopen, bv. elektrische  fietsen, isolatie, …
  • Groepsaankoop hoogrendementsketels met lokale premie (waarbij de premie ook wordt ingebracht voor subsidie)
  • Energiescans + implementatietraject glastuinbouw
  • Energiecoaching bedrijven en/of lokale middenstand (scan + implementatietraject)
  • Inrichten van een mobipunt (aanleg autodeelstaanplaats, elektrische laadpalen, fietsparking, stopplaats openbaar vervoer, pakjesverdeelpunt … + externe expertise plaatsing en inrichting)
  • Trage wegen: uitbouw van een netwerk, inrichting
  • Opzetten autodeelsysteem: 
    • ofwel volledige aanbesteding aan een autodeelorganisatie > subsidie vragen voor eerste jaren +
    • ofwel aankoop deelwagens door de gemeente zelf en opvolging via autodeelorganisatie > subsidie voor aankoop
  • Opzetten fietsdeelsysteem
    • ofwel volledig uitbesteden
    • ofwel zelf fietsen aankopen
  • Aankoop van speciale deelfietsen bv voor mindervaliden, bakfietsen, e-bikes …
  • Aankoop (elektrische) dienstfietsen
  • Bebossingsprojecten, vernatting / aanleg moeras

Voorbeelden van projecten die niet in aanmerking komen

Elektriciteitsproductie: de opwekking van elektriciteit
Efficiëntie van het elektriciteitsverbruik: het verbruik van elektriciteit verminderen, bv. door inzet van zuinige apparaten, led-verlichting…

  • Straatverlichting
  • Verlichting in woningen en gebouwen
  • Energiezuinige elektrische apparaten of installaties
  • PV
  • Windmolens

Te veel sensibilisatie zonder duidelijk aanwijsbare CO2 output

  • Fietsregistratiesysteem op zich: Via een draadloos systeem aan de fietsenstalling worden alle fietsers geregistreerd. Fietsende deelnemers krijgen een beloning.
  • Testkaravaan: aankoop vloot van alternatieve vervoersmiddelen en ter beschikking stellen van bedrijven om gedurende een aantal weken uit te testen 
  • Trage wegen: communicatie en onderhoud
     
Voorwaarden
  • Een gemeente of lokale vereniging kan maar één project op haar grondgebied indienen.
  • Een gemeente kan daarnaast ook deelnemen aan intergemeentelijke projecten, of projecten samen met andere gemeenten uitvoeren. 
  • Hetzelfde project kan maar door één doelgroep worden ingediend.
Beoordeling van de projecten: criteria

We beoordelen de projecten op volgende criteria:

  • de kostenefficiëntie per ton CO2-eq-reductie
  • de herhaalbaarheid van het project met een minimum aan aanpassingen
  • het innoverende karakter
  • de mate waarin het project een positief effect heeft op andere beleidsdomeinen

Als er per provincie onvoldoende budget is voor de positief beoordeelde projecten, worden de volgende extra criteria mee in overweging genomen: 

  • de regionale spreiding van de projecten; 
  • de draagwijdte van het project; 
  • het participatieve karakter van het project, als dat van toepassing is; 
  • de doorwerking naar of de verankering in verder beleid; 
  • een positieve verhouding tussen de projectkosten en de milieubaten
     
Hoeveel bedraagt de projectsubsidie

  • De subsidie bedraagt maximaal 75% van het totaal van de uitgaven in de projectbegroting na aftrek van andere subsidies, groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten of REG-premies.
  • De vermelde drempelbedragen gaan over de totale kostprijs van het project. Minimaal 10.000 euro en maximaal 250.000 euro gaat dus over de totale projectbegroting – of kost (100%) en dus niet over het aangevraagde subsidiebedrag. Het subsidiebedrag is dus maximaal 187.500€.

  • Een project kan ook duurder zijn maar er wordt 75% van max 250.000 euro gesubsidieerd. Dus een deel van het grotere project wordt ingediend als project.
    Voorbeeld:
    -    Totale projectkost = 12.000 euro – 2000 euro groenestroomcertificaat = 10.000 euro projectkost die ingediend wordt bij de projectaanvraag.
    -    75% subsidie wordt aangevraagd. Dit komt neer op 7500 euro subsidie

  • De subsidie kan op totale kost of meerkost gevraagd worden om bv. verder te gaan dan de verplichte energie-eisen. Dan is de kostprijs om verder te gaan dan de verplichte eisen de meerkost van het project?

  • Enkel zaken die wettelijk niet verplicht zijn, komen in aanmerking voor subsidie.

Welke kosten komen in aanmerking?

Algemeen                                                         

  • Overheadkosten komen niet in aanmerking voor subsidies. Overheadkosten zijn kosten die men, zij het in mindere mate, ook zou hebben indien het project niet zou worden verwezenlijkt omdat die kosten hoe dan ook moeten worden gedragen voor het uitvoeren van dagdagelijkse activiteiten. Het gaat hier o.a. om onderhoudskosten van gebouwen en infrastructuur, verwarming, verlichting, gas, water, elektriciteit, telefoon, internet en verzekeringen.                                                    
  • BTW kan uitsluitend in rekening worden gebracht voor het niet-terugvorderbare en niet-recupereerbare gedeelte.                                  
  • Boetes, financiële sancties, schulden en gerechtskosten zijn niet subsidieerbaar.                                                        
  • Opm. totale kostprijs van het project = kosten van alle acties die voor subsidiëring in het kader van de oproep lokale klimaatprojecten worden ingediend. De kosten van het project waar u ook andere subsidies, groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten of REG-premies voor ontvangt heeft, geeft u hier volledig aan.  Door de andere ontvangen subsidies, groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten of REG-premies  in onderstaand luik aan te geven, worden ze afgetrokken van de uiteindelijk toegekende subsidie in het kader van de oproep lokale klimaatprojecten.                                                                                                                       

Investeringskosten

Aankopen van een goed vanaf 1000 euro (incl. BTW) per eenheid zijn investeringskosten. Volgende aankopen zijn, ongeacht het bedrag per eenheid, altijd een investeringskost:                                                  

  • terreinen en gebouwen                                           
  • installaties, machines en uitrusting                                      
  • meubilair en rollend materiaal                                              
  • dieren en planten                                       
  • activa in aanbouw                                      
  • kunstvoorwerpen                                       
  • waterzuiveringsstation, wegen, vijvers, waterwegen (enkel kosten initiële aanleg of aankoop zijn investeringskosten)                                       
  • speciale software                                        

Personeelskosten

Dit zijn de kosten van het eigen personeel die rechtstreeks bij het project betrokken zijn en dit in verhouding tot de tijd die zij aan het project besteden.                                                                                                                                                                  
Als personeelskosten worden aanvaard:                                                                          

  • directe brutosalarissen van bedienden en/of brutolonen van arbeiders met inbegrip van de wettelijke verplichte werkgeversbijdragen                                               
  • vakantiegeld                                                 
  • eindejaarspremie                                                       
  • woon- en werkverkeer                                                                                                                                                         

Onder andere volgende kosten worden niet aanvaard als personeelskosten:                                                                     

  • bijdragen voor extralegale voordelen zoals groepsverzekeringen, extralegaal pensioen, maaltijdcheques                                                         
  • vorming                                                          
  • hospitalisatieverzekering                                                        
  • verzekering burgerlijke aansprakelijkheid                                                        
  • beheerskosten sociaal secretariaat                                                     
  • verbrekingsvergoeding ingeval van ontslag van een personeelslid                                                        
  • kilometervergoeding voor opdrachten in het kader van het project. Deze dienen te worden ondergebracht bij werkingskosten, in de mate dat zij de fiscaal aanvaarde bedragen niet overtreffen.                                                   

Externe prestaties                                                  

Deze rubriek omvat de kosten van de prestaties die door externen (derden) in het kader van het project worden geleverd.                                                                

Werkingskost

Alle kosten die niet tot vorige categorieën behoren, zijn werkingskosten. Als werkingskosten worden alleen kosten aanvaard die rechtstreeks betrekking hebben op het project en die ook verifieerbaar zijn. Het zijn m.a.w. kosten en uitgaven die zich zonder het project niet zouden hebben voorgedaan.                                  
                                               
Als werkingskost kunnen o.a. worden aanvaard:                                              

  •   De rechtstreeks aan het project verbonden uitgaven voor verbruiksmaterialen, hulpgoederen, grondstoffen en gereedschappen waarvan de verwachte levensduur de duur van het contract niet overschrijdt (bijvoorbeeld papier, inkt, batterijen,…)                         
  • Huur die aan derden moet worden betaald voor het gebruik van gebouwen, lokalen, apparatuur en infrastructuur.                  
  • Kilometervergoeding voor opdrachten in het kader van het project, in de mate dat zij de fiscaal aanvaarde bedragen niet overtreffen.                                                

Onder meer volgende kosten komen niet in aanmerking als werkingskosten:                                    

  • afschrijvingskosten voor het gebruik van bestaande, reeds aanwezige infrastructuur (gebouwen, materieel, installaties, meubilair en rollend materieel,…)                   
  • restaurantkosten                        
  • interne huuraanrekening. Dit is het aanrekenen van een huurprijs aan zichzelf voor het ter beschikking stellen van gebouwen en infrastructuur, waarvan de aanvrager reeds eigenaar of huurder is voor het uitoefenen van activiteiten die geen betrekking hebben op het project.                 
Project indienen: praktisch

  • Kandidaturen afgesloten
Contact